maandag 14 februari 2011

Aankomst in Suriname

Het. Is. Zo. Ver. Iets wat ontzettend veraf leek,is nu ontzettend dichtbij. Ik kan het soms nog altijd niet geloven dat ik hier aan de andere kant van de wereld zit. De Atlantische oceaan over. Hup de wolken in. En hup gedaald op een plaats die nu nog onbekend is voor mij.

En toch moet ik het geloven. Met ogen vol verwondering kijk ik door een bril die me een heel andere wereld aanbiedt. Een wereld met éénzelfde taal,maar met een heel andere cultuur.
Suriname. Nederlandstalig,tropisch warm en groen land: ik heb u lief vanaf het eerste moment dat ik u ontmoette.

Paramaribo. In deze stad klopt het hart van Suriname. En of dat hart klopt: prachtige houten huizen pompen bloed door het midden van het stadscentrum.
De palmentuin met de apen,het onafhankelijkheidsplein,fort zeelandia, het paleis en de vrolijke muurschilderingen van ‘Parbo Bier, dat n’ a biri !’ geven dat hart van jou een extra boost.

 Natuurlijk zit er ook wat slijt aan dat hart. Sommige prachtige houten huisjes leiden onder de slijtage en smeken om een extra opsmukbeurt. Straten buiten het stadscentrum met zwerfvuil. Ontzettend veel auto’s die hoesten van de uitlaatgassen. Daklozen langs de straten onder afdaken. Auto’s met luide muziek. Maar. Ik denk. Dat is eigen aan elke stad.

Een vliegtuig bracht mij tot hier. In het vliegtuig leek het wel of iedereen vol verlangen zat te broeden op hun eigen ei. Dat van de één broedde al wat langer dan dat van de ander. Maar iedereen zat even hard vol spanning op het breken van dat ei te wachten. De aantocht van elk zijn eigen verhaal: een bezoekje aan familie, een buitenlandse opdracht voor het werk,  een leuke,boeiende vakantie en tot slot van toepassing op mij : een 3 maandenlange stage.

In de tussentijd werden wij verrast met een nep-surprise-ei. Airhostessen toverden allerlei soorten maaltijden uit hun hoed. Eén maaltijd verklapte al reeds een pikant voorsmaakje van Suriname.

Op een scherm kon ik volgen hoeveel uur ik nog geduld uitoefenen moest. Het was een hele kunst. Nog 8 u. Nog 7 u. Nog 6 u. Ik werd er moe van. Duizenden dutjes heb ik op het vliegtuig gedaan. En mijn reisgidsen en boeken die ik gekregen had op mijn afscheidsfeest,had ik als remedie voor tegen de verveling bij de hand.

Geland. Berdien,Annelore,Lotte,Laura,Joke. Uitstappen geblazen. Een tropisch vochtte warmte komt op ons af. Het kruipt nog zachtjes in onze winterkleren die we één voor één proberen uit te trekken totdat we nog enkel een t-shirt aan hebben.

Luchthaven zanderij. Al van uit de lucht merkten we zoveel groen op. Ook hier. Pracht van groen. Waardevol groen. Ik hoop dat een mens beseft wat een waarde dat met zich meedraagt.
Een long van een bos dat de aarde ademt,bewonderden wij van uit de lucht : het tropisch regenwoud dat het binnenland van Suriname inboezemd. Stiekem hoop ik het tijdens deze reis te mogen ontmoeten.

Zwaargeladen koffers in de aankomsthal van de luchthaven beloven een 3 maandenlang avontuur. Dat avontuur werd hartelijk ontvangen door de eigenaar van ons huisje : Dennis Tjoen A Choy. Met een warm ontvangst verwelkomt hij ons. Welkom. Dit is Suriname. Ik ga het jullie laten zien.

Instappen maar. In de tussentijd vertelt Dennis ons de levenslessen van Suriname.
We doorkruisten eerst het district Para. Les 1 van Dennis : “ Je bent nu in ons land. Welkom. Het is een land met dezelfde taal,maar met heel veel verschillende culturen. Dat is aanpassen. Daarom,luister goed naar wat ik zeg. Ik wil je hierin leren en helpen.”

Eén rechte weg.20 minuten verder van het district Para. Lelydorp. Les 2 van Dennis: “Surinamers leven buiten. Alles gebeurt buiten op straat.Binnen is het te warm,buiten is het levendig leuk en goed.
Kleine voetnoot : we rijden links op straat. Een erfenis van de tijd dat Suriname nog een kolonie was van Engeland.”

Als inzittende in Dennis’ auto,waar het stuur ook inderdaad links staat,voel ik me inderdaad alsof ik elk moment tegen een auto kan aanbotsen. Maar geen zorgen,dennis is een goede chauffeur en probeert met de nodige mompelingen zich te redden in het drukke verkeer.

Links staat voor mij wel vaker synoniem voor chaos. Bij het verkeer in Suriname is dat net hetzelfde. Brommers smijten zich voor auto’s,fietsers fietsen amper 10 cm van een auto af en voorbijsteken tegen volle snelheid kan hier altijd en overal. Een opa op een brommer voor onze auto in. Dennis toetert en roept op een grappig Surinaams toontje ‘ OPA !’ om te laten blijken dat hij aan de kant moet wijken.

Als laatste deel van onze reis,steken we de surinamerivier over via een gigantische brug. Deze brug verbindt ons naar ons verblijf in Paramaribo. Jaarlijks gaan hier zwemwedstrijden door.
Na een rondleiding in Paramaribo,komen we aan in ons nieuw verblijf dat 3 maanden lang ons thuis zal worden.

Voor sommige van ons is het aanpassen. We leven in de hoogstraat 73. Achter hoog hekwerk en goed beveiligd alarmsysteem. Naast houten huisjes die op krotten lijken. Waar straathonden en vuil rondzwerven. En waar ’s avonds auto’s luide muziek draaien en de passagiers van hun auto’s drugs dealen.
Maar we zitten veilig. En dankzij Dennis en zijn familie warm,ondanks de drukte die heerst op straat. De 2 zonen en de vrouw van Dennis,Sherida,springen geregeld binnen om van dit huis een thuis te maken.
Ik probeer hier te aarden door mijn kamer wat te versieren met spulletjes van thuis. Net zoals Dennis en Sherida ons versieren met een netjes gekuisd huis,met verse lakens op verse bedden en een verse heerlijke maaltijd op een gedekte tafel waaraan iedereen welkom is.
Eindelijk ben ik in Suriname.

Liefs,
Lize.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten